Next picture Previous picture

TERUG NAAR OVERZICHT

 

Stinkdier/ Skunk (Mephitis mephitis)

 

  • Status: niet bedreigd
  • Verspreidingsgebied: Noord-Amerika & Zuid-Canada 


 

stinkdier

 

De gestreepte skunk heeft een zwarte vacht met twee brede strepen over de rug en de staart. 
De hoeveelheid wit varieert per dier: er zijn bijna geheel zwarte skunks en bijna geheel witte. 
De gestreepte skunk is een solitair nachtdier. Het houdt geen winterslaap, maar hij gaat soms in torpor, tijdens koud weer. In de herfst kweekt de skunk een vetlaag, om de voedselarme wintermaanden door te komen. Soms overwinteren meerdere stinkdieren in een hol. Als hol gebruikt het stinkdier een verlaten hol. Soms gebruikt hij een bestaande schuilplaats als een holle boom of een ruimte tussen de rotsen. 
Een enkele keer graaft hij zijn eigen hol. Gestreepte skunks gebruiken soms ook ruimtes in muren als verblijfplaats. 
Over het algemeen zijn winter- en kraamverblijven ondergronds, andere verblijven bovengronds. 
Het vachtpatroon dient als waarschuwing voor natuurlijke vijanden. Mochten deze de waarschuwing negeren, steekt de skunk zijn staart uit, zet de staartharen op, klappert met zijn tanden en stampt op de grond met zijn voorpoten. De meeste roofdieren zullen dan wegvluchten, maar de enkele vijand die blijft staan krijgt een nare verrassing. 
De skunk gaat op zijn voorpoten staan, richt de anaalklieren op de aanvaller en spuit een gele, olieachtige muskus. Hij kan drie tot vijf meter ver spuiten, maar de damp die vrij komt kan wel tien meter ver dragen. De geur is te verwijderen met tomatensap en ammonia. Overigens is de skunk spaarzaam op zijn vloeistof, aangezien hij slechts genoeg heeft voor vijf à zes aanvallen, en het enkele weken duurt voordat de vloeistof is aangevuld. De meeste roofdieren laten zich hierdoor afschrikken. 
Alleen de Amerikaanse oehoe, die een slechte reukzin heeft, is een geduchte vijand voor het stinkdier.

 

 

  • Gem. levensduur: 8-10 jaar
  • Gem. grootte:  50-80 cm, staart 20-40cm
  • Gem. gewicht: 2,7-6,3 kg
  • Paartijd: februari-april
  • Jongen:  3 tot 9 jongen
  • Draagtijd: 62-66 dagen
  • Voedsel: omnivoor (alleseter) 
  • in de natuur: eieren, kleine vogeltjes, kikkers, insecten
  • in het park: groenten, fruit, kattenkorrels